Waarom Rusland geen economische grootmacht hoeft te zijn om Europeanen te bedreigen

Wie Rusland reduceert tot een middelgrote economie, vergelijkbaar qua BBP met Italië, komt al snel tot geruststellende conclusies: de Europese Unie is duidelijk een maatje te groot voor Rusland. Precies die houding heeft ertoe geleid dat Europa Russisch militair avonturisme telkens opnieuw onderschatte.
Die redenering is wijdverbreid en werd verwoord in een betoog van onder meer David Michels op Joop. Er is zeker sprake van een Russische dreiging, maar Moskou is geen doorslaggevende militaire bedreiging voor een verenigd Europa, omdat de Russische economische en industriële basis daarvoor tekortschiet.

Het is een conclusie die geruststellend oogt. Maar klopt zij ook, of is zij te optimistisch? Een militaire confrontatie tussen Rusland en de EU wordt overzichtelijk gepresenteerd. Maar een confrontatie met Rusland is niet overzichtelijk. Oorlogen zijn juist chaotisch. In korte tijd moeten er onder hoge druk keuzes worden gemaakt die de toekomst van ons continent zullen bepalen.

De fixatie op BBP-tabellen en IMF-ranglijsten ontneemt Europa het gevoel van urgentie. Zij wekt bij Europeanen het gevoel dat Rusland, gezien zijn beperkte economische macht, geen werkelijk gevaar vormt. Maar schijn bedriegt. Juist deze schijnzekerheid ondermijnt het gevoel van urgentie, terwijl snelle Europese herbewapening noodzakelijk is. Zeker met het oog op het wegvallen van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. 

Maar onderschatten mensen die denken dat een Russische aanval beheersbaar blijft, niet de impact en complexiteit daarvan? Aanvankelijk lijken oorlogen vaak beheersbaar. Dat zijn ze zelden. Oorlogen worden niet gewonnen op papier, maar door adequaat handelen, militaire paraatheid en de bereidheid om te vechten.

De vraag is dus niet of de Europese Unie economisch sterker is dan Rusland, maar tot welke offers we bereid zijn te gaan. En misschien is het beeld van Europeanen die conflicten ontwijken in plaats van onder ogen zien een ongemakkelijke waarheid die we liever niet willen toegeven.

2025: Storm Donald heeft huisgehouden

Het einde van het jaar nadert. De hertenbiefstuk is op, de wijn heeft rijkelijk gevloeid en ergens knaagt de schaamte. Niet alleen over wat er op tafel stond, maar ook over het geopolitieke jaar 2025. Want dit was geen gewoon jaar. Een jaar geleden waarschuwde ik al in het eindejaarsverslag van 2024 dat 2025 een tornado kon worden, met schade die lang zou blijven doorwerken. Nu rest de ongemakkelijke vraag: was die waarschuwing overdreven, of juist te mild? Hoe kijkt u terug op storm Donald?

Een vlag vasthouden is genoeg om in Melitopol voorgoed te verdwijnen: het verhaal van Maxim illustreert 3,5 jaar Russische bezetting.

Een man hield een vlag in zijn hand.
Een vrouw zat opgesloten in een metalen container van twee bij twee meter.
Een jongen vroeg om een telefoon om zijn vader te bellen, misschien wel voor de laatste keer.

Dit is geen passage uit een nieuwe oorlogsfilm, maar echte verhalen uit bezet-Oekraïne.

Maxim werd geslagen omdat hij een Oekraïense vlag vasthield.
Tatyana werd opgesloten omdat ze met hem was.
Alexey werd meegenomen omdat hij wilde zijn wie hij was. Een Oekraïner en geen Rus.

Hun verhalen zijn geen incidenten. Alle drie werden ze in april 2022 naar ‘her-educatiekampen’ gestuurd.
Deze verhalen laten zien wat Rusland in bezet-Oekraïne doet.

De Europese geopolitieke winterslaap is voorbij: een pleidooi voor een Europees Marshallplan

Kaart_van_Europa

Dat er een geopolitieke omwenteling plaatsvindt, dat hoef ik u niet te vertellen.
Het is zelfs bijna een cliché geworden.
Toch zal ik deze boodschap moeten herhalen.
Want politici lijken de urgentie volledig te missen: Europeanen kunnen niet langer voor hun veiligheid op Amerika vertrouwen.

Vandaar deze oproep aan politici om de realiteit onder ogen te zien, hun oordoppen op te bergen en de sleutel weg te gooien.
Stop met het pessimisme, want door efficiënt samen te werken kan er namelijk heel veel wél.

Gorbatsjov hervormer, verrader of de zoveelste tsaar?

Vraag op een verjaardag wie Gorbatsjov was, en iemand zegt: “dat was de man die vrijheid weer naar Moskou bracht.”
In het Westen wordt hij nog altijd herinnerd als de man van de glasnost en perestrojka, de leider die de Sovjetunie een menselijk gezicht gaf. De man die geen muren bouwde, maar grenzen openstelde.
In Rusland klinkt een ander verhaal. Daar zagen velen hem als de “slapjanus” en verrader die hun eeuwenoude rijk ‘in puin achterliet.’ In de voormalige Sovjetrepublieken klinkt ook een ander perspectief. Zo herinneren ze zich in de Baltische Landen vooral de man die tanks op hen afstuurde om geweldloze demonstranten bloedig neer te slaan.

Drie perspectieven dus.
In het Westen de hervormer, in Rusland de verrader, in Oost-Europa de onderdrukker.
En misschien zegt dat verschil wel meer over onze tijd dan over hem.

Hoe de afgelopen 15 jaar extreemrechts gedachtegoed mainstream is geworden

Zondag 12 oktober had een dag als zovelen moeten zijn.
Op het Museumplein in Amsterdam kwam een menigte bijeen. Ze demonstreerden tegen migratie.
Maar het ging al snel niet meer over migratie. Er wapperden prinsenvlaggen.
De menigte scandeerde: ‘Timmermans, vieze kankerjood, val maar snel dood.’

Is dit een incident of vooral een illustratie van iets groters?

Iets verderop zat Frans Timmermans op een terras, waar hij werd geïnterviewd door RTL.
Later die dag volgde het RTL-debat tussen de vier grootste partijen.
Een paar activisten waren naar de fractieleider van GroenLinks–PvdA toegestormd en hadden hem uitgescholden.
Een van hen stak zijn arm uit. Het beeld liet niets aan de verbeelding over: het was een Hitlergroet.

Ongeacht je politieke kleur of mening, politici intimideer je niet.
Het was niet de eerste keer dat een anti-migratiedemonstratie uit de hand liep.
Ook de demonstratie op het Malieveld op 20 september sloeg al snel om in rellen.
Politiebusjes werden in brand gestoken en agenten mishandeld.

Toch lees ik de laatste tijd vooral analyses over hoe zo’n demonstratie uit de hand kon lopen.
Het probleem lijkt breder te zijn dan één demonstratie die uit de hand liep. Vaak wordt er ingezoomd op een incident.
Maar is het niet vooral een symptoom? Een symptoom van de normalisering van extreemrechts gedachtegoed?

We zeggen dat Rusland moet verliezen in Oekraïne. Maar aan de benzinepomp doen we het tegenovergestelde: we spekken de Russische oorlogskas

Trump heeft gelijk. Ja, dat hoor je mij niet vaak zeggen. En het zal ook niet vaak terugkomen op mijn website. Maar soms moet je het toegeven. Trump vindt dat Europa moet stoppen met het kopen van Russische olie en gas. Het is toch gek dat de roep om hiermee te stoppen van notabene president Trump moet komen? Want hierin heeft de Amerikaanse president gelijk. Europeanen kunnen namelijk niet beweren dat Rusland de oorlog in Oekraïne moet verliezen en tegelijkertijd voor miljarden euro’s de Russische oorlogseconomie draaiende houden. Ja, dat doen we aan de benzinepomp, en dat doen we door Russische olie en gas te kopen. De Europese Unie geeft 18 miljard euro steun aan Oekraïne tegen 21 miljard aan de import van Russische olie en gas. Dat is een ongemakkelijke waarheid. Toch moeten we het erover hebben met de verkiezingen in aantocht.

Waarom de NAVO Russische drones en vliegtuigen moet neerschieten

We krijgen de Russische drones niet onder controle. En dat is zorgelijk. Dit gaat over de veiligheid van Europa. Het is bijna elke week raak. Russische drones en soms zelfs vliegtuigen schenden het NAVO-luchtruim. Rusland test onze reactie. Niets doen is geen optie meer.

Bang

Ik begrijp dat mensen bang worden van het idee om Russische drones of vliegtuigen neer te schieten. Er zijn alleen geen makkelijke oplossingen meer. Dat is het eerlijke antwoord. Elke maatregel heeft risico’s. Maar aan niet ingrijpen kleven ook vergaande risico’s. En dat lijkt niet iedereen zich te realiseren.

We moeten het hebben over Orbáns Oekraïnepolitiek: is Orbáns Oekraïnepolitiek ideologisch of pragmatisch?

We moeten het over Victor Orban hebben. Maar wie het nieuws over Hongarije vooral via sociale media volgt, krijgt al snel verschillende karikaturen over Orbán voorgeschoteld. De algoritmes van sociale media werken bubbelvorming in de hand. Kijk je op YouTube een filmpje over de Holocaust, dan moet je oppassen dat je niet meteen naar een Holocaustontkenner doorscrolt. Ja echt, zo snel kan dat gaan.

Ben je progressief, dan zie je hem vaak als de loopjongen van Poetin. Maar ben je conservatief, dan is hij opeens “de hoeder van de christelijke waarden.”

Toch laat de werkelijkheid zich niet vangen door zulke simplistische karikaturen. De echte wereld en dus niet die van je scherm is veel minder spectaculair. Maar dat verkoopt niet, ophef en karikaturen wel. Maar wat is Orbáns Oekraïnepolitiek? Orbán pleit net als president Trump voor onderhandelingen. Hij noemt het eufemistisch vrede en blokkeert wapenleveranties aan Oekraïne.

Maar waarom doet hij dat? Komt dat voort uit een ideologische overtuiging of is hij pragmatischer dan de krantenkoppen ons soms doen vermoeden?
Om antwoord op die vragen te krijgen, belde ik met Huub Bellemakers. Voor Huub is  Boedapest net zo vertrouwd als Den Haag voor de meeste Nederlanders.

Vluchtelingencrisis

Europeanen leerden Orbán pas echt kennen tijdens de vluchtelingencrisis van 2015.
Hij zette zich af tegen Merkels beroemde “Wir schaffen das.” Daarmee kwam hij lijnrecht tegenover de Europese Unie te staan.
Orbáns harde vluchtelingenbeleid wordt vaak gezien als ideologisch. Volgens Bellemakers is Orbán vooral een politicus bij wie machtsbehoud centraal staat. De Hongaarse premier heeft dus behoefte aan een confrontatie met Brussel. Datzelfde geldt voor zijn Oekraïnepolitiek. Het is allebei primair bedoeld om zich af te zetten tegen Brussel, concludeert Bellemakers.

Zo weet Orbán kritiek op het uithollen van de rechtsstaat in te ruilen voor wapensteun aan Oekraïne. Toch bijzonder hoe Hongarije, met iets meer inwoners dan de Randstad, de buitenlandse politiek van Brussel kan verlammen.

Zijn wij (Europeanen) bereid Oekraïne écht te beschermen tegen Rusland?

Is Europa bereid zichzelf te verdedigen tegen Rusland? En zijn we bereid samen met de Oekraïners ons continent te beschermen tegen Russisch imperialisme?
Deze vraag spookt steeds vaker door mijn hoofd. Vooral omdat het mijn generatiegenoten zijn die nu in de loopgraven sterven.

Toch komt de discussie over Europese grondtroepen in Oekraïne te vroeg. De vraag is niet of we bereid zijn troepen naar Oekraïne te sturen. Nee, de vraag is of we bereid zijn te vechten voor onze vrijheid.

Ik ben daar niet zeker van. We lijken allemaal te duiken voor de daadwerkelijke vraag: zijn Europeanen bereid hun leven te geven voor Kharkiv en Dnipro?