Artikelen

Is Roemenie het nieuwe Tsjechië?

Dinsdag speelt het Nederlands Elftal tegen Roemenië. “Roemenië? Dat moet toch kunnen?” denk je misschien. In de NOS Voetbalpodcast werd deze week de route naar de finale al uitgestippeld. We maken weer exact dezelfde fout als tijdens het EK 2021. Toen dachten we ook dat we gemakkelijk zouden winnen van Tsjechië, maar we verloren kansloos met 2-0. Voordat we ons buigen over mogelijke tegenstanders in de kwartfinale en halve finale, zoals Oostenrijk, Turkije, Engeland of Zwitserland, moeten we eerst maar eens winnen van Roemenië. Als we spelen zoals tegen Oostenrijk, gaan we ook tegen Roemenië onderuit en is het EK alweer voorbij. Maar wat voor (voetbal)land is Roemenië eigenlijk?

Roemenië is een Latijns land

Roemenië heeft zijn wortels in de Daco-Romeinse tijd, rond 100 na Christus, toen de Dacische stammen onder koning Decebalus vochten tegen de Romeinse keizer Trajanus. Na de Romeinse overwinning verspreidde de Latijnse taal en cultuur zich ook in Roemenië. Daarom spreken Roemenen, anders dan hun Slavische buren, een Romaanse taal, wat hen dichter bij Zuid-Europa plaatst dan bijvoorbeeld bij Rusland.

Tijdens de renaissance, ongeveer vanaf 1400 tot 1600, bloeide de theatercultuur eerst in Italië en later ook in andere Latijnse landen op, met amfitheaters als centrale plek. Niet verwonderlijk dat Latijnse voetballanden vaak gebruik maken van theater om de wedstrijd in hun voordeel te beslechten. In landen als Portugal, Italië of Roemenië gebruiken spelers vaak theatrale technieken om tegenstanders te provoceren en fouten uit te lokken. Denk aan schwalbes en theatraal doorrollen op het veld. Spelers uit deze landen, hoewel Arjen Robben er ook wat van kon, zoeken gretig de grond op, alsof ze in een theaterstuk spelen. Sommige voetballers zouden zonder twijfel kunnen excelleren in het straattheater of zelfs in het circus van Boekarest.

Bezetting door de Ottomanen

In de 14e eeuw stichtte Basarab I het vorstendom Walachije, een belangrijke verdediging tegen het Ottomaanse Rijk. Vlad de Spietser gebruikte meedogenloze methoden zoals zijn bijnaam al suggereert: het spietsen van vijanden om angst te zaaien en vijanden af te schrikken. Ondanks de buitenlandse overheersing bleven de Roemenen hun Latijnse taal en cultuur behouden. Op het EK lijk je soms iets van de mentaliteit terug te kunnen zien. Ze strijden als team echt samen. Ze zetten gezamenlijk druk, verdedigen samen en als er een kans is om, om te schakelen doen ze dat met z’n allen. De 2-0 tegen Oekraïne was een treffend voorbeeld: binnen een paar seconden en balaanrakingen stonden ze met 7 tot 8 spelers bij het vijandige doel.

Strijdlust van Roemenië

De Roemenen passen qua voetbalstijl dus veel meer bij Zuid-Europa dan bij Oost-Europa, en vooral meer bij Italië en Portugal dan bij het tiki-taka voetbal van Spanje. De Roemenen hebben in vrijwel al hun wedstrijden het minste balbezit. Tegen Oekraïne (3-0 winst) werden ze geprezen voor hun ‘attractieve spel’, terwijl ze slechts 28 procent balbezit hadden. Ook bij andere overwinningen, zoals tegen Zwitserland (1-0 winst) afgelopen november, hadden de Roemenen slechts 36 procent van het balbezit, maar wonnen wel én creëerden ze aanzienlijke kansen. De Roemenen gaan dus vrij efficiënt om met balbezit.

Maar de Roemenen spelen zeken niet alleen catenaccio voetbal. De wedstrijd tegen Oekraïne toonde aan dat ploegen die een trage en voorspelbare opbouw van achteruit hanteren, Roemenië in de kaart spelen. Laat die voorspelbare opbouw, door het ontbreken van Frenkie de Jong, nu net de achilleshiel van Oranje zijn geweest tegen Oostenrijk. Oranje heeft doorgaans moeite met ploegen die de opbouw van Oranje onder druk zetten. Tegen Polen en Frankrijk gebeurde dat echter nauwelijks. Oranje is dus gewaarschuwd: als Roemenië een kans ziet zullen ze ook onze opbouw, net als Tsjechië dat deed onder druk zetten. Als we net als tegen Oostenrijk onvoorbereid de wedstrijd aanvliegen en de tegenstander niet serieus nemen, dan kan Roemenië zomaar het tweede Tsjechië worden.

Het moderne Roemenië

De moderne eenwording van Roemenië begon in 1859 toen Walachije en Moldavië zich verenigden onder leiding van Alexandru Ioan Cuza. Na de Eerste Wereldoorlog, in 1918, volgde de Grote Unie, waarbij alle Roemeense gebieden samenkwamen. Koning Ferdinand I en koningin Maria speelden een belangrijke rol bij het versterken van de nieuwe staat en het verkrijgen van internationale erkenning.

Roemenië zoekt op dit EK ook naar (internationale) erkenning. Hun bondscoach Eduard Iordănescu gelooft dat je met een duidelijke spelopvatting, fitheid en discipline technisch betere teams kunt verslaan. Roemenië moet het inmiddels al jaren doen zonder een gouden generatie, zoals die in de jaren negentig. Tijdens het WK van 1998 wisten ze zich na twee wedstrijden al te plaatsen door in de poule van Columbia en Engeland te winnen.

Net als Oranje, ontbreekt het Roemenië nu ook aan een gouden generatie. Waar de bondscoach Roemenië een sterk collectief heeft gebouwd, lijdt Oranje soms aan zelfoverschatting, wat de wedstrijd tegen Oostenrijk (3-2 verloren) en de wedstrijd tegen Tsjechië op het (2-0 verlies) op het vorige EK aantoonde. We zijn niet meer een team dat iedereen op techniek kan wegspelen, maar toch overschatten we onszelf zo nu en dan. Wat best vreemd is gezien het feit dat onze laatste gewonnen knock-out wedstrijd op een EK-eindronde tegen Zweden was. Toen (2004) was Frank de Boer niet onze bondscoach, maar onze aanvoerder!

Toch hoor je het vaak “het is maar Roemenië” of “Oostenrijk is geen wereldploeg“. Deze teams hebben juist iets wat vrijwel alle moderne teams hebben en Nederland ontbreekt: als team opereren. Door hard te werken, topfit te zijn en je aan de opdrachten te houden kun je heel ver komen. Dat heeft bijvoorbeeld Arne Slot ook laten zien door met minder spelersmateriaal ver te komen. En dat realisme ontbreekt juist in Nederland, we willen graag allemaal aanvallen, alleen we hebben geen Van Persies, Robbens en Sneijders meer.

Modern voetbal

Als het elftal van Ronald Koeman denkt dat ze met enkel talent van Roemenië kunnen winnen, kan Roemenië het tweede Tsjechië worden. Ook tegen een land als Roemenië moet je vuile meters maken en topfit zijn. Tegen Oostenrijk liet Malen zijn man te vaak lopen en werden er onvoldoende meters zonder bal gemaakt, want ja “Oostenrijk was natuurlijk geen wereldploeg”, klonk het. In het moderne voetbal zul je ook tegen Roemenië de volle 100 procent moeten geven. Roemenië is een voetballand dat hunkert naar internationale erkenning, daartegen moet je goed bewapend zijn. Maar als we leren van onze fouten tegen Oostenrijk, dan kan dit misschien een mooi EK worden.

Helaas lijkt Koeman vooral te vertrouwen op behaalde successen uit het verleden, gezien zijn blindelingse vertrouwen in Wijnaldum en Memphis. De afgang tegen Oostenrijk illustreerde de achterhaalde voetbalprincipes van Ronald Koeman. Modern voetbal (hoge druk en het box-middenveld) wordt allang niet meer enkel bij toplanden gespeeld. Dit zie je zeker ook terug bij modale voetballanden als Oostenrijk en Zwitserland.

Als Koeman het tactisch niet snel over een andere boeg gooit, dan krijgen we het ook zwaar tegen Roemenië. Ik wil niemand meer horen over dat de route naar de finale ‘makkelijk’ zou zijn. In 2021 dachten we dat ook en toen verloren we kansloos van Tsjechië. Onze achilleshiel lijkt niet Veerman, maar Ronald Koeman te zijn, waardoor ook een land als Roemenië Nederland pijn kan doen. Roemenië heeft een historische kans om de kwartfinale te halen en zal die kans met beide handen aangrijpen. Een overwinning voor Roemenië zal het land op zijn kop zetten. Die inzet en dat doorzettingsvermogen heeft Nederland ook nodig om van Roemenië te kunnen winnen.

 

 

 

 

Mijn gekozen waardering € -